Historie Alexandergroep


Foto genomen 10-06-2010

De Alexandergroep is in 1973 opgericht. Alweer 43 jaar geleden...

Reden voor een feestje voor alle (oud)leden! In deze tijd zijn er veel leden geweest, waarvan er een heleboel nog steeds actief betrokken zijn bij de groep. Vele tradities en mooie herinneringen. Waarvan er hopelijk een heleboel zullen blijven bestaan.

Hieronder een van die herinneringen. Een interview met meneer Pothmann (één van de oprichters) en mevrouw van Hussem (de eerste Akela). In den beginne …

In de rooms-katholieke kerk viel er, toen de pater wegging, de destijds bestaande jongensclub uit elkaar. Enige tijd later is in de parochieraad het idee ontstaan een nieuwe jeugdclub op te richten. Het doel van deze club zou zijn het jongerenjeugdwerk in Ermelo weer op gang te brengen. Meneer Pothmann wilde aan dit nieuwe idee wel meewerken, maar dan moest het wel georganiseerd en in scoutingverband zijn. In de eerste instantie had Meneer Pothmann het idee om twee afzonderlijke terreinen van de Taweb en de Irmin in te wisselen voor één groot gezamenlijk terrein. Daar zou de “aanstaande” Alexandergroep dan ook gebruik van mogen maken. Dit idee werd door de Taweb wel aanvaardt. De Irmin daarentegen reageerde behoorlijk negatief en was van mening dat het met de Alexandergroep toch nooit iets zou worden. Gelukkig heeft de zustergroep (van de Alexandergroep), de Pater Verbraak-Margrietgroep uit Harderwijk, goed geholpen.

De eerste opkomsten van de welpen en de verkenners moesten nog gewoon in het kerkzaaltje aan de Smidsweg gehouden worden. Er werd geopend en gespeeld op het terrein voor de kerk, maar ook in de kerk zelf werd er gespeeld: bijvoorbeeld volleybal (de haken om het net op te hangen, zitten er nog steeds in de muur). Omdat het kerkzaaltje toch echt te klein werd, moest er gezocht worden naar een nieuw terrein en locatie. O.a. Ritter, Geerling en Grootmajoor hadden zich daarvoor ingezet. Eerst lag het in de planning ons te vestigen aan de Volenbeekweg, maar dat kon niet doorgaan omdat men daar een woonwagenkamp wilde vestigen. Toen zijn we naar de Watervalweg gegaan. Ons clubgebouw werd ergens anders afgebroken en hier weer opgebouwd, dus we hadden eigenlijk een tweedehands clubhuis. De verkenners en de kabouters konden hun opkomsten dus al in het “nieuwe” gebouw houden, terwijl de welpen nog jaren in het kerkzaaltje hebben gezeten. Er was namelijk niet genoeg plaats in het clubhuis. Toen de welpen eindelijk ook naar het nieuwe clubhuis konden verhuizen, heeft de Akela, Mevrouw van Hussen, de welpen verlaten.

Het eerste uniform van de welpen was: een groen/bruine ribbroek, een donkergroene trui, een pet met een wolvenkop en een oranje das.

De eerste welpenbelofte was:
“Ik beloof mijn best te doen,
mijn plicht te doen tegenover God en land,
de wet van de welpen horde te gehoorzamen
en iedere dag een goede daad te doen.”

De eerste welpenwet:
“De welp volgt de oude wolf,

de welp is moedig en houdt vol.”

Je moest als je voortrekker (jongeren tot ongeveer 21 jaar) wilde worden eerst een nachtwake doen, en vragen (respectievelijk over het leven) beantwoorden. Je kreeg je eerste glas wijn aangeboden, en dat moest je dan achter je kapot gooien.

Sint-Joris werd natuurlijk ook al gevierd vanaf het begin. De Katholieke verkenners hadden ’s morgens dienst in hun uniform. Aan het einde van de kerkdienst kreeg iedereen een tulp en werd een verhaal voorgelezen. Daarna was er een groepsmaaltijd. ’s Avonds was er een kampvuur waarbij de ouders ook werden uitgenodigd. De belofte werd dan hernieuwd. De hoofdleider zei: “wees paraat”, en dan zei iedereen: “goed spoor”. Er werd op dat moment een ring gebroken.

De Alexandergroep hield ook kampen; themakampen. Dat werd in het begin in het district met argusogen bekeken, maar later waren er steeds meer groepen die themakampen hielden. Op kamp werd er op zondagochtend ook een soort kerkdienst gehouden en er werd voor en na het eten ook gebeden.

Later is er veel veranderd. Er is veel aan het clubhuis bijgebouwd. De kerkdienst van zondag (op kamp) is er eigenlijk niet meer. Sint-Joris wordt anders gevierd: geen dienst meer, maar nu jagen we wel zogenaamd de geesten uit het vuur. De Alexandergroep is nu uitgegroeid tot een club van ongeveer 100 leden, en heeft al 25 jaar standgehouden. Dat is toch wel iets om trots op te zijn.

Door: Denise v.d. Sar en Barbara Vastenhoud (1998)
Uit het jublileumboekje 1973 - 1998